Siux Fenix Pro 26 - Technische Review
De Fenix Pro is het racket van Leo Augsburger en het meest uitgesproken aanvalsmodel dat Siux dit seizoen maakt. Dat zie je al voordat je hem oppakt, want de vorm verraadt het meteen, dit is geen gladde diamant maar een blad met rechte segmenten en zichtbare hoekpunten. Siux noemt het zelf een geometrische mal. De korte conclusie vooraf: die hoekige vorm verklaart waarom dit racket zo hard slaat, en waarom hij dat alleen doet als je hem zuiver raakt.

Wat de weegschaal zegt
Een getest exemplaar komt op 360 gram uit de doos, bij een balanspunt van 27,5 centimeter. De fabrieksopgave is 355 tot 375 gram, dus hier zit dit exemplaar juist aan de onderkant van het bereik. Van de drie Siux Pro's die gemeten zijn is dit het lichtste racket, en toch voelt het in de zwaai als het zwaarste.
Dat komt door het balanspunt. Die 27,5 centimeter is niet gewoon hoog, dat is de bovengrens van wat je in de markt tegenkomt. Siux heeft hier geen gewicht toegevoegd maar gewicht verplaatst, de weegschaal laat een normaal getal zien, terwijl het swinggewicht ver boven het gemiddelde ligt. Dat is precies waar spelers zich op verkijken wanneer ze rackets in de winkel oppakken en op gevoel wegen. Statisch gewicht zegt weinig over zwaaigevoel, en bij dit racket lopen die twee het verst uit elkaar. Ook hier geldt de spreiding van twintig gram binnen dezelfde modelnaam, dus vraag om het gewicht of weeg zelf.
De kern: EVA van hoge dichtheid
De kern is nog een stap harder dan die van de Electra Pro. Dezelfde eigenschap, verder doorgevoerd: het schuim vervormt nauwelijks, de bal ligt kort op het blad en vertrekt snel, mits je zelf snelheid maakt. Het verschil met de Electra zit in wat er overblijft als je dat niet doet. Daar vangt de vorm nog iets op, hier gebeurt dat niet.
Dat maakt ook duidelijk waar de power van dit racket vandaan komt. Niet uit een kern die terugveert, want die veert niet, maar uit de mal en de hefboom die daarbij hoort.
Het blad
Het blad bestaat uit 12K carbon. Zoals bij de Electra Pro al beschreven, zegt dat K-getal alleen hoeveel duizend filamenten er in een bundel zitten, en niets over hoe stijf het laminaat uiteindelijk wordt. Relevanter is hier de afwerking: mat, met een uitgesproken 3D-structuur die de bal goed vastpakt. Bij een vibora en een bandeja merk je dat direct, al vraagt het net als de rest van dit racket om zuiver balcontact voordat je er iets van terugziet.
Bladvorm en balanspunt: de geometrische mal
Dit is het technische hart van dit racket. Een klassieke diamantvorm loopt vanaf de hartlijn in een doorlopende curve naar de kop toe, naarmate je hoger komt wordt het blad smaller en verdwijnt er materiaal. De Fenix doet dat niet. Hij heeft rechte segmenten en hoekpunten op precies de plek waar een gewone diamant zou afronden, en daardoor blijft er materiaal zitten waar het bij een afgeronde mal weg zou zijn.
Dat materiaal zit op twee plaatsen tegelijk, en die twee doen ieder iets anders. Massa hoog in het blad tilt het balanspunt op. Daar komt die 27,5 centimeter vandaan. De hefboom is langer, dus bij dezelfde zwaaisnelheid komt er meer energie in de bal terecht. Dit racket slaat harder dan de Electra Pro terwijl hij tien gram lichter is, en dat is de verklaring.
Massa ver van de lengteas verhoogt de torsieweerstand, en dat wordt bijna nooit besproken. Raak je de bal buiten het midden van het blad, dan wil het racket om zijn eigen lengteas draaien. Hoe verder de massa van die as af zit, hoe meer weerstand daartegen. Een hoekige kop houdt materiaal vast in de buitenhoeken, dus verder van die as dan een afgeronde kop dat doet. Zijdelings mistimen kost je bij dit racket daardoor minder dan je zou verwachten.
Tunen met de dempers
Ook bij de Fenix Pro zitten de ShockOut-dempers niet meer af fabriek in het blad. Los verkrijgbaar, en bij dit racket meer dan bij de andere twee de moeite waard, want een kern die zo weinig vervormt neemt ook weinig trilling op. Wat er niet in de kern blijft, komt in je arm terecht.
Voor de afstelling geldt hetzelfde principe als bij de Electra Pro: met 0,9 gram per stuk verandert een enkele demper je totaalgewicht nauwelijks, maar de bijdrage aan het swinggewicht loopt op met het kwadraat van de afstand tot je pols. Bij deze mal is de richting alleen wel duidelijk. Dempers bovenin versterken precies datgene waar de Fenix al extreem in is, en voor vrijwel niemand is dat winst. De zinvolle ingreep is naar beneden, alles in de onderste gatenrijen. Je houdt de demping en wint iets terug aan reactiesnelheid. Een allrounder wordt het daarmee niet, maar de scherpste kant gaat er wel af.